
In dit eerste blog gaan we naar het Leeuwarden van eind 18e eeuw. Voorvader Wijnand S. Velds wordt daar op 29 maart 1771 geboren als zoon van IJtje Klinkhof en Steven Velds. Moeder IJtje overlijdt zo’n twee weken na de geboorte in het kraambed. Vader Steven overlijdt drie jaar later, in juli 1774. Hij laat vier kinderen achter: dochters Anna, Gertie en Johanna en z’n jongste zoon, de 3-jarige Wijnand
Vader Steven was metselaarsgezel, turfdrager en soldaat onder de Compagnie Vriessche Guardes in garnisoen tot Leeuwarden. Moeder IJtje kwam uit een niet onbemiddelde familie. Vlak voor haar dood in maart 1771 erven zij en haar zuster Anna uit de nalatenschap van vader Johan Siliach Kleinkhof (ook: Jan Ciliacq Klinkhoof) elk een huis aan het Heer Ivostraatje onder de rook van de Oldehove. Na het overlijden van Steven wordt in oktober 1774 het huis van IJtje verkocht om aan de hypothecaire schulden te kunnen voldoen.

Dochter Gertie wordt in oktober 1774 ‘uit liefde en gratie’ aangenomen in het Old Burgerweeshuis in Leeuwarden. Wat er met Anna en Johanna gebeurt is niet bekend. De kleine Wijnand wordt op verzoek van tante Anna Klinkhof in januari 1775 opgenomen in het Nieuwe Stadsweeshuis aan het Jacobijnerkerkhof in Leeuwarden (nu Natuurmuseum Fryslân).
In het weeshuis ontmoet Wijnand zijn toekomstige echtgenote Anna Keta. Zij wordt er in 1787 op 14-jarige leeftijd opgenomen na het overlijden van haar moeder Japikje Oosterdam. Haar vader Hendrik Keta, baardscheerder te Leeuwarden, is al eerder overleden.
Wijnand en Anna blijven tot hun huwelijk op 21 mei 1797 in het weeshuis wonen. Dat het Wijnand daar goed verging, blijkt uit het feit dat hij op 10 maart 1794 een premie voor betoonde vlijt, naarstigheid en voorbeeldig gedrag ontvangt. Het is een vlijtige en ambitieuze jongen die al op 11-jarige leeftijd als leerling bij zilversmid Hendrik Dauw aan de slag gaat. De eerste twee jaren van zijn 4-jarige opleiding tot zilversmid, gaat hij daarnaast ’s middags nog naar school.
Wijnand is in ieder geval tot begin 1799 werkzaam als zilversmidsknecht. Op 1 februari van dat jaar is hij bij zilversmid Jacobus Smeeding in Leeuwarden getuige inzake diefstal van een zilveren snuifdoos.


In juli 1799 vertrekken Wijnand en Anna met zoontje Steven (1798) naar het zuidelijk van Leeuwarden gelegen dorp Idaard, waar Wijnand aan het werk gaat als onderwijzer, organist en dorpsontvanger.
Deze opmerkelijke carrièreswitch heeft hij te danken aan heer Cornelis van Scheltinga, op dat moment kerkvoogd van Idaard. Een bediende van Van Scheltinga krijgt les aan de zangschool die Wijnand en Anna aan hun woning hebben. Via deze bediende komt Wijnand in contact met de kerkvoogd, en uit de gesprekken wordt het heer Van Scheltinga duidelijk dat de jongeman een bijzondere voorliefde voor het onderwijs heeft. Wanneer de dan actieve schoolonderwijzer in Idaard komt te overlijden, is de keus snel gemaakt. Wijnand wordt voorgedragen als opvolger en aanvaardt de post.
Wijnand blijft z’n ambt in Idaard uitoefenen tot zijn overlijden in 1844, hij is dan 73 jaar. Hij was een bevlogen onderwijzer, die bekend stond om orde en rust, vredelievendheid en het kweken van eensgezindheid. Hij was geen man van theorie, wel een natuurtalent in de omgang met zijn leerlingen. Hij hield van de oprechtheid, onschuld en eenvoud van kinderen en kon kind met hen zijn, zonder iets van zijn overwicht te verliezen. Wijnand was een vroom man, maar stroef of somber was hij zeker niet. Hij was een goed mens, vrolijk en opgeruimd en vol geloof en liefde.
Dit alles bleef in de omgeving niet onopgemerkt. Al gauw stond hij bekend als een uitmuntende onderwijzer en opvoeder. Dit had tot gevolg dat het aantal leerlingen door toestroom uit naburige plaatsen meer dan verdubbelde. Een deel kwam uit het veel grotere Grouw, waar meer traditioneel onderwijs werd gegeven.
Onderwijs en muziek speelden een grote rol in het gezin Velds. Anna was onderwijzeres bij een deftige familie en heeft een zangschool opgericht. Beide zonen traden in het voetspoor van hun vader. Oudste zoon Steven was in volwassen leven muziekmeester en organist in de Martinikerk in Sneek. Hij adviseerde bij de bouw van diverse kerkorgels in Friesland. Hendrik, als tweede en laatste kind geboren in 1802, was z’n hele leven werkzaam als onderwijzer in Jellum.

Wijnand overlijdt op 7 oktober 1844 in Idaard en wordt op zijn verzoek door een aantal van zijn vroegere leerlingen ten grave gedragen. Bij zijn overlijden was Wijnand naast schoolmeester: organist, koster, voorzanger en klokkenist. Z’n grafsteen is tot op heden in Idaard bewaard gebleven, waar hij fungeert als bestrating nabij de waterput van het kerkhof.
Anna blijft achter en vertrekt in 1863 naar zoon Hendrik in Jellum. Hier overlijdt ze een jaar later op de hoge leeftijd van 91 jaar.